U bent hier:Home Onderwerpen Familie en gezin Adoptie en pleegkinderen Pleegkinderen
Soms kunnen kinderen wegens omstandigheden voor korte of langere tijd niet thuis wonen. Voor hen wordt dan een ander adres gezocht: een pleegadres. Het is de bedoeling dat de kinderen, als dat mogelijk is, weer naar hun eigen ouders teruggaan. De relatie met de eigen ouders blijft voor de kinderen altijd van belang
Pleegzorg is een vorm van jeugdzorg waarbij pleegouders tijdelijk een kind van een ander in hun gezin opnemen. Het is geen adoptie: u krijgt niet het gezag over een kind. Pleegzorg kent verschillende vormen. Voor sommige kinderen is enkele weken opvang voldoende, voor anderen is het noodzakelijk dat ze jaren bij hun pleegouders wonen, soms tot ze zelf volwassen zijn.
Het gaat om kinderen tussen 0 en 18 jaar die tijdelijk niet bij hun eigen ouders kunnen wonen.
In bijna alle situaties hebben de pleegkinderen in meer of mindere mate contact met hun eigen ouders.
Alle pleegkinderen hebben één ding gemeen: ze moeten de overstap maken van hun eigen gezin naar een pleeggezin. Dat valt niet mee. Kinderen voelen zich bijvoorbeeld schuldig, boos en verdrietig omdat ze niet meer bij hun eigen ouders kunnen wonen. Maar ze kunnen ook opgelucht zijn, omdat er eindelijk iets verandert.
Als ouders zelf merken dat ze de verzorging of de opvoeding van hun kind niet meer aankunnen, dan komen ze soms bij instellingen voor hulpverlening terecht. Als de ouders het beter vinden dat het kind uit huis wordt geplaatst, dan zal dat meestal vrijwillig gebeuren. Vrijwillig betekent in feite dat met toestemming van de ouders en zonder de tussenkomst van een rechter een kind uit huis wordt geplaatst.
Soms lukt het niet om op vrijwillige basis met de ouders samen te werken aan een oplossing voor de problemen. Als het kind ernstig schade lijdt, kan de Raad voor de Kinderbescherming worden ingeschakeld. Deze doet dan een onderzoek en kan de rechter adviseren de ouderlijke zeggenschap te beperken
De bevoegdheid om een kind uit huis te plaatsen en te kiezen voor pleegzorg ligt bij een instelling voor jeugdzorg, meestal 'plaatsende instantie' of 'plaatser' genoemd. De plaatser meldt het kind vervolgens aan bij een regionale voorziening voor pleegzorg.
Er wordt in eerste instantie binnen de eigen familie of bij bekenden van het kind (het eigen netwerk) gezocht naar opvang. Lukt dit niet, dan zoekt de Voorziening voor Pleegzorg een geschikt pleeggezin uit het bestand. Vervolgens treedt een uitgebreide procedure in werking. Informatie hierover kunt u vinden op de website van Stichting Pleegzorg Nederland (Zie: meer informatie).
Pleegouders moeten ouder zijn dan 21 jaar. Bovendien moeten zij bereid zijn een cursus te volgen die hen voorbereidt op een eventueel pleegouderschap of bereid zijn zich op een andere wijze grondig voor te bereiden. Informatie hierover kunt u vinden op de website van Stichting Pleegzorg Nederland (Zie: meer informatie).
Naast het feit dat pleegouders gezond moeten zijn (eigen medische verklaring) en geen crimineel verleden mogen hebben, hanteert de Voorziening voor Pleegzorg een aantal andere selectiecriteria. Een daarvan is de justitiële akkoordverklaring. Deze houdt in dat pleegouders de Voorziening voor Pleegzorg door middel van een schriftelijke verklaring toestemming geven om inlichtingen in te winnen bij de Raad voor de Kinderbescherming die inzage heeft in het landelijk justitiële documentatieregister. De Raad bekijkt of er justitiële bezwaren zijn tegen het pleegouderschap. Zijn die er niet dan krijgt de Voorziening voor Pleegzorg een 'akkoord'.