U bent hier:Home Onderwerpen Familie en gezin Curatele bewind en mentorschap
Ondercuratelestelling, onderbewindstelling en mentorschap zijn drie maatregelen die de kantonrechter kan instellen als iemand niet meer goed in staat is zijn eigen belangen te behartigen of voor zichzelf te zorgen. U kunt daarbij denken aan mensen met een verstandelijke beperking, psychiatrisch patiënten, Alzheimer patiënten of mensen die verslaafd zijn.
Minister Hirsch Ballin van Justitie gaat wettelijk voorschrijven aan welke kwaliteitseisen professionele bewindvoerders, mentoren en curatoren moeten voldoen om voor benoeming in aanmerking te komen.
Dit blijkt uit een wetsvoorstel dat op dinsdag 26 januari voor advies naar verschillende instanties is gestuurd. Tevens vindt over het wetsvoorstel een internetconsultatie plaats. Belangstellenden kunnen tot 1 april 2010 reageren via de website Internetconsultatie.nl.
Soms zijn mensen niet in staat om hun eigen belangen te behartigen. Dit kan zo wel op financieel gebied als op persoonlijk vlak het geval zijn. Ondercuratelestelling, onderbewindstelling en mentorschap zijn vooral bedoeld als bescherming tegen anderen die misbruik van de situatie kunnen maken. De maatregelen zijn alleen mogelijk bij meerderjarigen. Totdat iemand achttien jaar is, zorgen de ouders of voogd voor de belangen van minderjarigen.
De maatregelen kunnen wel al worden gevraagd, voordat iemand meerderjarig is. Ze gaan dan in op het moment dat die persoon meerderjarig wordt.
De ondercuratelestelling is bedoeld voor mensen die zowel hun financiële als andere persoonlijke belangen niet meer kunnen behartigen.
De wet spreekt van een meerderjarige die wegens een geestelijke stoornis, waardoor de gestoorde, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen behoorlijk waar te nemen. Verder noemt de wet als redenen voor ondercuratelestelling verkwisting en gewoonte van drankmisbruik. Dat laatste moet er dan wel toe leiden dat de belangen niet behoorlijk worden waargenomen, of dat iemand in het openbaar herhaaldelijk aanstoot geeft of de veiligheid van hemzelf of anderen in gevaar brengt. Iemand die onder curatele is gesteld, verliest zijn/haar handelingsbekwaamheid en mag dus niet meer zonder toestemming van de curator, zelfstandig rechtshandelingen verrichten. Iemand die onder curatele is gesteld wordt een curandus genoemd.
Onderbewindstelling is van toepassing op goederen van mensen die door hun lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of blijvend niet in staat zijn om hun financiële belangen te behartigen. Het is niet altijd nodig om alle goederen van iemand onder bewind te stellen. Soms kan er met een bewind alleen over bepaalde goederen worden volstaan. In de aanvraag moet dan wel precies worden aangegeven om welke goederen het dan moet gaan. Zijn de goederen van iemand geheel of gedeeltelijk onder bewind gesteld, dan mag die persoon niet meer zelfstandig daarover beslissen. Hij mag bijvoorbeeld niet iets verkopen zonder toestemming van de bewindvoerder. Beslissingen moeten wel, zolang dat gaat, samen met de betrokkene worden genomen. De bewindvoerder gaat ook over het beheer van de goederen. Bij het regelen van financiële zaken van de betrokkene kan de bewindvoerder ook een belastingaangifte doen en (bijzondere) bijstand of huurtoeslag aanvragen.
Mentorschap is bedoeld voor mensen die hun persoonlijke belangen (belangen die niet over geld en goed gaan) niet meer kunnen behartigen. Het kan gaan om mensen met een verstandelijke beperking en psychiatrische of comateuze patiënten. Maar ook oudere mensen, zoals demente bejaarden, die zelf geen beslissing op het persoonlijke vlak meer kunnen nemen. U moet daarbij vooral denken aan beslissingen die moeten worden genomen over verzorging, verpleging, behandeling of begeleiding. De mentor neemt dan, zoveel mogelijk samen met zo iemand, de beslissing. Bijvoorbeeld als iemand moet kiezen tussen wel of niet zelfstandig blijven wonen of als het gaat om een medische behandeling.
Soms is het nodig dat er onmiddellijk maatregelen worden genomen. Bijvoorbeeld in een crisissituatie waarin meteen bescherming nodig is en de uiteindelijke beslissing niet kan worden afgewacht. Bijvoorbeeld als de betrokkene maar geld blijft uitgeven. De kantonrechter die over het verzoek om curatelestelling moet beslissen, kan dan iemand benoemen die voorlopig de belangen van de onder curatele te stellen persoon behartigt. Zo iemand wordt een provisionele bewindvoerder genoemd. Bij die benoeming bepaalt de rechter welke goederen onder het provisionele bewind worden gesteld. De kantonrechter kan de provisionele bewindvoerder ook andere taken geven. Alle taken die de curator heeft, kunnen ook aan de provisionele bewindvoerder worden gegeven.
De taak van de provisionele bewindvoerder eindigt als de curator met zijn taak begint of als de kantonrechter de aanvraag voor ondercuratelestelling afwijst.
Als u curatele aanvraagt of als iemand al onder curatele is gesteld, kunt u niet ook nog een bewind of een mentorschap aanvragen. Bij curatele gaat het immers om de behartiging van zowel de financiële als de persoonlijke belangen van iemand. Wel zou een curatele kunnen worden vervangen door een bewind en/of een mentorschap. Dit is een procedure bij de sector kanton van de rechtbank.
Bewind en mentorschap kunnen wel worden gecombineerd. De maatregelen kunnen gelijktijdig worden aangevraagd, maar het kan ook zo zijn dat er eerst een bewind en pas later een mentorschap wordt gevraagd of andersom.
In principe kan iedereen die meerderjarig is en dat wil tot curator, bewindvoerder of mentor worden benoemd. In alle gevallen geldt, dat de uitdrukkelijke voorkeur van degene voor wie de maatregel is bedoeld, moet worden gevolgd, tenzij er gegronde redenen zijn om die persoon niet te benoemen. Voor benoeming tot curator, bewindvoerder of mentor komt in de eerste plaats de partner van de betrokkene in aanmerking. Verder komt voor benoeming in aanmerking één van de ouders, kinderen, broers of zusters. Benoemt de kantonrechter een andere persoon, dan geeft de kantonrechter in de beslissing aan waarom dat is gedaan.
Als u zich afvraagt welke maatregel moet worden genomen, moet u precies nagaan waarvoor u de maatregel wilt aanvragen.
Er is een groot verschil tussen de drie maatregelen.
Curatele gaat het verst. Iemand die onder curatele is gesteld, wordt handelingsonbekwaam en mag dus over bijna niets meer zelfstandig beslissen.
De maatregel is nodig als iemand de gevolgen van zijn handelen in het geheel niet (meer) overziet. De maatregel kan met name nodig zijn als iemand makkelijk schulden kan maken doordat onvoldoende toezicht van anderen mogelijk is.
Bij een bewind of een mentorschap blijft de persoon om wie het gaat handelingsbekwaam. De betrokkene mag bijvoorbeeld zelf een testament maken mits hij of zij kan overzien wat dit betekent. Bij een bewind mag iemand alleen niet meer zonder medewerking van de bewindvoerder over goederen die onder het bewind vallen, beschikken. Het beheer over de goederen berust uitsluitend bij de bewindvoerder.
Het bewind is dus een financiële maatregel. Gaat het om financiële handelingen die iemand niet (meer) kan overzien, dan is een bewind in beginsel een voldoende maatregel.
Als iemand alleen niet (meer) over persoonlijke aangelegenheden kan beslissen, ligt een mentorschap meer voor de hand. De betrokkene kan dan zelf de financiële zaken blijvenm behartigen, of dat door de bank of familieleden laten doen. De mentor treedt alleen voor hem/haar op bij beslissingen op het persoonlijke vlak of geeft raad. De beslissingen die de mentor neemt, gaan altijd over verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding.
De maatregel eindigt, als de persoon om wie het gaat weer zelf de belangen kan behartigen. In zo'n geval moet de kantonrechter de ondercuratelestelling, de onderbewindstelling of het mentorschap echter wel eerst opheffen.
De kantonrechter doet dit als de redenen voor de maatregel er niet meer zijn. Dus als degene aan wie de maatregel is opgelegd, weer zelf, eventueel met de hulp van anderen, de eigen belangen kan behartigen. De maatregel eindigt ook als de persoon voor wie de maatregel is bedoeld, overlijdt.
Als de kantonrechter het bewind of het mentorschap voor een bepaalde periode heeft uitgesproken, eindigt die maatregel als die periode voorbij is. Verder eindigt de curatele als die door een onderbewindstelling en/of een mentorschap wordt vervangen. Omgekeerd eindigt de onderbewindstelling en/of het mentorschap als die door een ondercuratelestelling wordt vervangen. Voor de opheffing van een maatregel moet een verzoek bij de kantonrechter worden gedaan.
In het verlengde van de verantwoordelijkheden van de curator of mentor ligt het voor de hand dat hij, bij overlijden van de betrokkene, de begrafenis of crematie regelt. Met name wanneer de betrokkene geen partner of familieleden heeft.
De taak van de curator, bewindvoerder of mentor eindigt bij het opheffen van de maatregel. Andere redenen voor de beëindiging van hun taak zijn het overlijden of het ontslag van de curator, mentor of bewindvoerder.