U bent hier:Home Onderwerpen Familie en gezin Euthanasie
Euthanasie is in het Wetboek van Strafrecht omschreven als handelen dat het leven van een ander op diens uitdrukkelijk verzoek beëindigt. Van euthanasie is sprake als een arts de dodelijke middelen toedient aan de patiënt. Daarnaast komt in de praktijk ook hulp bij zelfdoding door artsen voor. Bij hulp bij zelfdoding verstrekt de arts de dodelijke middelen, maar neemt de patiënt die zelf in.
Zeggen dat euthanasie in Nederland legaal is, is niet helemaal juist. Alleen als aan alle zorgvuldigheidseisen voldaan is, zijn levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding niet strafbaar. Sinds 1 april 2002 ligt dit vast in de Nederlandse wet.
Er zijn twee vormen van euthanasie: de arts dient dodelijke middelen toe aan de patiënt of de arts helpt de patiënt bij zelfdoding. In het Nederlandse debat en in de rechtsontwikkeling wordt tussen beide vormen van levensbeëindigend handelen geen principieel onderscheid gemaakt. Artsen moeten dezelfde zorgvuldigheidseisen in acht nemen. In strafrechtelijke zin is er wel een verschil in de strafmaat tussen euthanasie en hulp bij zelfdoding. Euthanasie kan leiden tot een straf van maximaal twaalf jaar, terwijl hulp bij zelfdoding kan leiden tot een gevangenisstraf van maximaal drie jaar. Een arts is alleen strafbaar als hij zich niet houdt aan de zorgvuldigheidseisen en de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding.
Een arts heeft tegenover zijn patiënt twee verplichtingen. De eerste is om het lijden van de patiënt te verlichten of weg te nemen, de tweede om het leven van de patiënt te behouden. De tweede verplichting staat tegenover de wens van de patiënt om te sterven met hulp van de arts. Artsen mogen daarom weigeren een verzoek om euthanasie in te willigen. Ook verpleegkundigen mogen weigeren mee te werken aan (de voorbereiding van) euthanasie.
Een arts of verpleegkundige kan voor zo’n weigering nooit worden vervolgd. De wet wil juist waarborgen dat een arts of verpleegkundige niet in strijd met zijn eigen geweten hoeft te handelen. Euthanasie is noch de plicht van de arts noch het recht van de patiënt. Wel zal een arts die zelf euthanasie afwijst, de patiënt doorverwijzen naar een collega die het verzoek om euthanasie mogelijk wel zal honoreren.
De arts die bereid is om eventueel tot euthanasie over te gaan, zal zich altijd eerst van de achtergronden van de euthanasiewens op de hoogte moeten stellen. Hij moet het lichamelijke en geestelijke lijden van de patiënt op medische gronden beoordelen en dit oordeel laten toetsen door een onafhankelijke collega-arts. Hun gezamenlijke conclusie dient te berusten op verantwoord medisch inzicht en moet aansluiten bij gangbare medische ethiek.
Sinds 1 april 2002 geldt de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding. Onder de werking van die wet is het uitvoeren van euthanasie en het bieden van hulp bij zelfdoding strafbaar, tenzij de betrokken arts een beroep kan doen op de in het Wetboek van Strafrecht opgenomen bijzondere strafuitsluitingsgronden. Een arts is niet strafbaar als hij zich houdt aan de in de wet omschreven zorgvuldigheidseisen en als hij zijn handelen meldt aan de gemeentelijke lijkschouwer en aan een van de vijf toetsingscommissies.
In de brochure 'Euthanasie: De nieuwe regels in Nederland' staat precies beschreven aan welke zorgvuldigheidseisen een arts moet voldoen. Ook wordt daarin beschreven hoe getoetst wordt of een arts zich aan deze eisen heeft gehouden.